Inmiddels zijn er heel wat versies van Azul verschenen. Natuurlijk het origineel, maar ook vervolgspellen, uitbreidingen en een twee-spelers-versie.
Deze keer ga ik het hebben over Azul: Zomerpaviljoen. En natuurlijk kan ik het niet laten om ook (al is het maar een beetje) te vergelijken met het origineel.
Dus lees snel verder in deze review wat wij van Azul: Zomerpaviljoen vinden.

Azul: Zomerpaviljoen – Een eerste indruk

Aan het begin van de 16e eeuw gaf koning Manuel I de beste ambachtslieden van Portugal de opdracht om grootse gebouwen te bouwen. Na de voltooiing van de paleizen van Evora en Sintra wilde de koning een zomerpaviljoen bouwen ter ere van de beroemdste leden van de koninklijke familie. Deze bouw was bedoeld voor de meest getalenteerde ambachtslieden, wier vaardigheden pasten bij de pracht en praal die de koninklijke familie verdiende. Helaas stierf koning Manuel I voordat de bouw begon.

In Azul: Summer Pavilion keren spelers terug naar Portugal om de nooit begonnen taak te volbrengen. Als meester-ambachtsman moet je de beste materialen gebruiken om het zomerpaviljoen te bouwen en daarbij zorgvuldig verspilling van grondstoffen voorkomen. Alleen de besten zullen de uitdaging aangaan om de Portugese koninklijke familie te eren.

Tot zo ver het verhaal van het spel. En inderdaad; Het geheel ziet er kleurrijk (zomers) uit. Het geeft mij, misschien nog meer dan het origineel, het gevoel van een tegelvloer. De borden die erbij komen zijn van stevig karton en geïllustreerd met mooie afbeeldingen. Het geheel geeft wel echt een bepaalde sfeer af.

Naast de spelersborden, het ronde- en bonusbord, de tegeltjes en een zakje voor de tegeltjes, vind je in Azul: Zomerpaviljoen ook een toren, waar je de gebruikte steentjes in kunt verzamelen; Een heel groot voordeel.

Hoe wordt het gespeeld?

Azul: Zomerpaviljoen wordt altijd in 8 ronden gespeeld, die worden bijgehouden op het rondebord.
Net als bij ‘de gewone’ Azul krijgen de spelers een spelersbord, waarbij je kunt kiezen uit de gekleurde kant of de grijze kant en worden er, afhankelijk van het aantal spelers een aantal fabriekstegels op tafel gelegd. Op elk van die fabriekstegels worden 4 gekleurde stenen geplaatst.

Op het spelersbord zie je 6 gekleurde sterren en in het midden een donkerblauwe ster. Bij elk van de sterpunten staat ook een getal. Dit getal geeft aan hoeveel steentjes je nodig hebt om deze sterpunt te vullen. Je scoort punten door sterdelen te vullen. 1 punt voor een gevuld sterdeel, en één extra punt voor elk aansluitend deel dat al gevuld is. (De donkerblauwe ster moet gevuld worden met elke kleur 1 keer)
Aan het eind van het spel kun je bonuspunten scoren voor sterren in één kleur die helemaal gevuld zijn, of het gevuld hebben van alle 1-vakken, 2-vakken, etc.

Tot zo ver is het spel in de basis erg gelijk aan het origineel, maar er zijn een paar (flinke) verschillen.
Spelers spelen ombeurten en mogen in die beurt alle steentjes van één kleur van een fabriekstegel pakken (of uit het midden, indien van toepassing). Maar elke ronde is er ook een bonuskleur, deze bonuskleur wordt aangegeven op het rondebord. Als zich er een bonussteen bevindt op de plek waar de speler zijn stenen pakt, mag hij ook een bonussteen pakken. Deze bonussteen(s) kunnen in deze ronde worden ingezet als willekeurige kleur. Hierbij is het wel belangrijk te weten dat men (ook) minimaal één steen nodig heeft van de kleur die hij wenst te plaatsen.
Voorbeeld: In ronde 1 is paars de bonuskleur. Een speler heeft (o.a.) 3 gele stenen en 3 paarse stenen. Deze kunnen gebruikt worden om de gele 6 op te vullen, maar bijvoorbeeld ook om de gele 1,2 én 3 op te vullen, of de gele 2 en 4.

Spelers pakken steentjes totdat de steentjes in het aanbod op zijn en dan gaan ze hun borden vullen.

Tijdens het vullen van de sterren kan een speler bonussen verzamelen. Op de spelersborden staan 3 verschillende blauwe afbeeldingen; een fontein, een standbeeld en een poort. Wanneer deze afbeeldingen rondom gevuld worden, mag de speler respectievelijk 1,2 of 3 extra stenen pakken van het bonusbord. Deze komen bij de stenen die ze hebben verzameld deze ronde en mogen ze dus ook ‘meteen’ op hun bord plaatsen.

Nog een (groot) verschil met het origineel is dat spelers maximaal 4 stenen mogen meenemen naar de volgende ronde, zonder dat dit minpunten oplevert.
Minpunten worden wel gescoord door de eerste speler die stenen uit het midden pakt. Hij pakt dan altijd de startsteen, zodat hij de volgende ronde mag beginnen. Verder pakt hij alle stenen van de kleur die hij wilt en eventueel één bonussteen. Het totaal aantal stenen (inclusief de startsteen) wat hij gepakt heeft, is het aantal minpunten.

Punten voor het plaatsen van stenen in de sterren wordt tijdens het spel gedaan. Aan het eind van het spel worden de punten voor eventuele hele sterren of cijfers geteld.

Wat vinden wij van Azul: Zomerpaviljoen?

Azul: Zomerpaviljoen heeft absoluut de basis meegenomen van het origineel. Dat gezegd hebbende, speelt het toch ontzettend anders. Voor mij zijn de grote verschillen dat Azul: Zomerpaviljoen veel meer een (tactische) puzzel is. Je moet vooruit plannen en denken, slimme keuzes maken. Een Ander groot verschil is dat er in Azul: Zomerpaviljoen over het algemeen veel minder interactie is, van ‘hatefdrafting’ is eigenlijk zelden sprake, enkel soms wanneer een ronde bijna voorbij is. Dat zorgt er ook voor dat dit spel zowel met 2,3 als 4 spelers prima speelt. Eigenlijk ben je weinig met elkaar bezig waardoor elk spelers aantal prima speelt. Bij 4 spelers kan het soms wat langer duren voor je stenen op je bord mag plaatsen, maar dat kun je eventueel ook vullen als nadenktijd.
Zoals eerder genoemd heeft Azul: Zomerpaviljoen een toren waar de gebruikte steentjes in gedaan worden en ook gemakkelijk weer in de zak gedaan kunnen worden. Dat is, wat mij betreft, toch echt wel een groot voordeel is. Een (hele) kleine toevoeging, maar met groot effect.
Zowel Azul als Azul: Zomerpaviljoen hebben 8+ op de doos staan. Ik zou zeggen dat Azul al eerder te spelen is, en Azul: Zomerpaviljoen misschien wel vanaf 8 jaar, maar wel als het kind spelervaring heeft en een beetje goed is in inzicht en puzzelen.
Ik vind Azul: Zomerpaviljoen een mooi gateway spel. Toevallig hebben wij het laatst op de club gespeeld met een nieuwe speler die nog maar weinig spelervaring had. Daarvoor is Azul: Zomerpaviljoen perfect. Maar ook voor gevorderde spelers blijft dit een leuk spel. Het komt bij mij regelmatig op tafel als tussendoortje en/of als we het ‘even niet weten’.
Maar, het moet wel bij je passen. Het puzzelige, de weinige interactie. Het zit wat dat betreft een beetje in de lijn van Cascadia, Calico en Kasteel in de Steigers. Vind je dat leuke spellen? Dan is Azul: Zomerpaviljoen zeker de moeite waard!

Azul: Zomerpaviljoen eerst eens uitproberen? Je vindt hem op Boardgamearena.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *